Hoe ziet luchtdichtheid er uit?
In werfvoorbereidingsfase wordt over de luchtdichtheid van een passiefhuis nagedacht door op elke willekeurige doorsnede een gesloten lijn te tekenen: de luchtdichtheidsenveloppe, die liefst zo veel mogelijk aan de binnenzijde van de wanden zit, waar ze ook als damprem dienst kan doen.
Al tijdens de constructiefase worden ter hoogte van vloerlagen, achter binnenwanden en op andere moeilijke verbindignen wachtfolies voorzien die luchtdicht aan elkaar verbonden worden. Eens de houtskelet waterdicht is wordt de luchtdichtheid van het huis afgewerkt.
Het belangrijkste luchtdichtheidsmembraan in onze houtskeletbouwen wordt gevormd door de OSB op de binnenkant van de houtskeletwanden. Die wordt wel op alle naden overkleefd met specifieke tape. Vensters worden luchtdicht ingekast in multiplex en afgekleefd met tape naar de OSB. Alle technieken (electiriciteit en sanitair) komen dan ook aan de binnenkant van de OSB-plaat zonder deze te doorboren. (maar wel weggewerkt achter de gipsplaten). Daken worden afgewerkt met een folie, tenzij de stabiliteitsstudie sowieso een OSB-schijf voorziet. Aan de voet van het gebouw wordt een strook dampremmende kunststuffolie van de houtskeletwand naar de betonplaat gekleefd.
Dampremmend, dampdicht of superslim?
De weerstand tegen dampdiffusie wordt vaak uitgedrukt in “equivalente luchtlaagdikte”, µd, in meter. Waar men vroeg snel naar maximaal dampdichte materialen greep, gaat men vandaag eerder de voorkeur geven aan materialen die nog een zekere diffusie mogelijk maken. De voornaamste reden hiertoe is het 'foutherstellend vermogen' van dampremmen met een beperkte weerstand tegen dampdiffusie. Wanneer er toch vocht voorbij de damprem zou geraken, kan dit doorheen een plastiekfolie nooit meer uitdrogen naar binnen toe. Een damprem met een µd waarde van 2 a 3m is dampremmend genoeg om problematische vochttoename in de constructie tegen te houden, maar dampopen genoeg om ingesloten vocht eventueel naar binnen toe te laten uitdrogen.
Verder bouwend op de ervaring met 'dampremmen met een gunstig uitdrogingspotentieel' zijn fabrikanten vochtgestuurde dampremmen gaan ontwikkelen. Die gaan door de lage relatieve luchtvochtigheid in de winter meer vocht tegenhouden dan bij een hoge relatieve luchtvochtigheid in de zomer. Deze 'slimme folies' kunnen ook toegepast worden bij constructies met een dampgesloten buitenzijde, zoals EPDM op platte daken of gevelbepleistering op EPS-platen. Desalniettemin blijft een dampgesloten buitenkant altijd risicovoller naar vochthuishuiding toe dan dampopen afwerkingen.
Meer over (vochtgestuurde) dampremmen vind je op de website van isoproc. |