|
Een koudebrug is een plaats in de constructie waar de isolerende schil rond de woning onderbroken wordt. Als het warmteverlies via die koudebrug te groot is, kan dat problematisch worden.
Strikt geïnterpreteerd vind je in elke constructie talloze koudebruggen, gaande van de houten stijlen in een houtskeletwand tot de spouwankers in een massiefbouw.
Koudenbruggen hebben gevolgen op twee vlakken: enerzijds vormen ze een bron van extra warmteverlies. Dat warmteverlies kan (en moet) berekend worden, en meegenomen worden in PHPP, het rekenpakket dat de energiebehoefte van passiefhuizen berekent. Op die manier worden de warmteverliezen van de lineaire koudebruggen meegeteld bij de ingecalculeerde warmteverliezen, als één van de factoren die de verwarmingsbehoefte beïnvloeden.
Een ander gevolg van koudebruggen is echter dat de oppervlaktetemperatuur binnen lager is dan op andere plaatsen. In het minst erge geval heeft dit enkel nog maar gevolgen voor het wooncomfort. Een vloer zonder vloerverwarming die naar de bodem toe 25 cm geïsoleerd is kan in de buurt van een raam tot op de grond toch koud aanvoelen als de inbouw van dat raam en de dorpel niet optimaal gebeurd is. In het ergste geval wordt de oppervlaktetemperatuur in de buurt van koudebruggen zo laag dat het vocht uit de warme binnenlucht condenseert tegen het koude oppervlak. Zeker wanneer dit gebeurt in een afgeschermd hoekje of achter de gipsplaten, kan dit leiden tot schimmel.
Goed isoleren is dus veel meer dan een wandopbouw verzinnen die voldoet aan de passiefhuis ondergrens minder dan 0,15 W/m²K warmteverliezen door transmissie. The devil is in the details, zoals ze over het kanaal zeggen. |